Posts tonen met het label tweede wereldoorlog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tweede wereldoorlog. Alle posts tonen

zondag 26 juli 2020

Vechten om de krant: de correspondentie van Sientje en David Lutraan met jeugdkrant Betsalel

Bram, die nog maar pas naar de Joodsche school gaat, staat voor de sjoel en probeert de Hebreeuwsche spreuk die boven den ingang staat te ontcijferen. Terwijl hij staat te spellen, komen enkele boeren voorbij en beginnen te spotten. 'Jongen', zeggen ze, 'kun je dat niet lezen? Daar staat 'jullie zijn mesjogge.' 'Nee', zegt Bram, 'Hebreeuwsch moet je van rechts naar links lezen: 'mesjogge zijn jullie!'

Jeugdkrant Betsalel
Deze mop, ingezonden door de 9-jarige Johan Bamberg uit Winterswijk, stond in 1931 in het Joodse jeugdtijdschrift Betsalel. Het blad verscheen tussen 1928 en 1935 en is sinds kort ook digitaal te bekijken via Delpher.nl. Betsalel, dat "in de schaduw van God" betekent, besteedde aandacht aan Joodse gebruiken en geschiedenis en de Hebreeuwse taal. Er stonden gedichten en raadsels in, verhalen, en er was een brievenrubriek.

Bron: Delpher.nl 

Hoewel de kinderbrieven zelf niet zijn afgedrukt, vatte de samensteller van de rubriek de inhoud samen en sprak hij of zij de briefschrijvers persoonlijk toe, vaak met een fikse knipoog. De rubriek geeft een uniek inkijkje in het leven van Joodse kinderen uit alle hoeken van het land, van Diever tot Dordrecht en van Oostvoorne tot Oss. De wetenschap dat velen van hen de Tweede Wereldoorlog niet zouden overleven, maken de bijdrages, hoe luchtig ook, schrijnend om te lezen. Een bijzondere vondst is dat er ook brieven uit Raalte naar Betsalel werden gestuurd, en wel door Sientje en David Lutraan. Zij woonden aan de Stationsstraat in Raalte met hun ouders Izak en Lena Lutraan-Pagrach. Vader Izak was veehandelaar en had een slachterij. Er waren ook nog twee jongere zusjes, Sjellie en Betje.

Vechten om de krant
Vooral Sientje had lol in het schrijven, zo blijkt. De eerste vermelding in Betsalel dateert uit 1930 en is antwoord op een brief van haar. Sientje en haar broertje en zusje worden hartelijk toegesproken in de brievenrubriek. "Welkom, nieuw drietal! Sientje van 12, David van 10, Betje van 6!" Opvallend genoeg wordt zusje Sjellie niet genoemd, mogelijk omdat zij op dat moment al elders woonde en door haar zus niet genoemd is in de brief. Sjellie was doofstom en het is bekend dat zij later in een pleeggezin in Amsterdam woonde, om daar een speciale opleiding te volgen.

Betsalel werd fanatiek gelezen in huize Lutraan, zo blijkt. "Ze zijn zenuwachtig als de post moet komen. En dan is het in Raalte hard vechten erom, wie haar het eerst mag lezen. Ze krijgen tweemaal in de week les van hun oom uit Nijverdal. Daar moet je me meer van schrijven." Tot slot haakt de redactie in op een andere mededeling uit Sientjes brief: "Mazzeltov, opoe, met uw 85sten verjaardag verleden week dinsdag! Ik wed, dat u ook de Jeugdkrant leest. Sien, hou woord, dat je me vaker zult schrijven. En van ons allen de groeten terug aan jullie allen." 'Opoe' was Rachel Lutraan-Kesing, die naast het gezin woonde, samen met twee ongehuwde dochters.

Zonder leesbril
In een volgend nummer komt een nieuwe brief van Sientje aan bod. Inderdaad, ook oma leest mee: "Opoe van 85 leest de Jeugdkrant ook altijd en dat zonder bril." Geen probleem, aldus de redactie, altijd in voor een grapje. "Ik heb er absoluut geen bezwaar tegen, dat opoe met de kleuterraadsels meedoet. En als opoe goed oppast, mag ze ook eens voor het bord komen." Het 'bord' verwijst naar een rubriek over het Hebreeuws, waar kinderen als het ware voor het schoolbord worden geroepen om antwoord te geven op vragen. Om de abonnees scherp te houden werd daarbij graag gebruik gemaakt van informatie uit de brievenrubriek. "Spel jij dat woord even, Betje Lutraan uit Raalte, zus van David en Sientje. (… ) Lief zoo! Kijk je oom uit Nijverdal eens lachen van trots!"

Broer-zus gekibbel
In een ander nummer wordt, naar aanleiding van weer een brief van Sientje, haar broertje fijntjes op zijn plek gezet. "David wil altijd eerst de Jeugdkrant lezen, omdat hij een jongen is en meent dat ’n jongen al is hij jonger altijd vóór ’n meisje gaat. Ik moet David ongelijk geven. Men moet den ouderdom eeren, David. Groeten terug aan vader, moeder, opoe, broer en zusjes."

"Hij voetbalt liever"
Later laat David ook zelf iets van zich horen, na daartoe aangemoedigd te zijn door de redactie ("Wil David ook een brief schrijven? Laat hem opkomen. Ik heb nog nooit een bangen David gezien." In 1931 lezen we over hem het volgende: "Hij zit op school in de 4de klas. Maar hij voetbalt liever. (…) Als hij groot is gaat hij in een groote club. Ook gaat hij wel eens met vader 'naar de boer' om koeien te koopen." David laat het er overigens niet bij zitten wat betreft de kwestie wie Betsalel het eerst mag lezen. We lezen: "Hij roept mij op als scheidsrechter. Ja, niet bij de voetbal, maar bij die ruzie over de Jeugdkrant. Als hij het eerst de Jeugdkrant heeft, of hij hem dan niet het eerst mag lezen? Neen, David, je moet den ouderdom eeren en Sientje is drie jaar ouder dan jij." De redactie eindigt met: "Wil je alsjeblieft wat meer doen aan het leeren dan aan den leeren bal? Groeten aan Sientje, Betje en Sjellie en aan vader, moeder en opoe." Het advies aan David zal ongetwijfeld onder grote hilariteit hardop zijn voorgelezen in huize Lutraan, dat kan haast niet anders.

Heideprinses
Heel bijzonder is de foto die Sientje meestuurde met één van haar brieven. Een portret van haar als "heideprinses" op een schoolfeest, in een prachtige zijden jurk. "Zien jullie goed hoe zij over de zijde de heide heeft? Ze had veel plezier. ’s Morgens spelletjes en toen nog kermis ook. Ze was er met vader en moeder en broer en zusjes heen tot 9 uur en toen naar bed. Het heide-prinsesje wenscht nu gelukkige jaren aan ons allen. En ik hoop, dat ook voor haar en allen die bij haar hooren de heide nog reuze veel jaren bloeien zal."

Sientje als "heideprinses" (Bron:Delpher.nl)
De familie Lutraan wordt ook regelmatig genoemd in de brieven van hun neefje Andries Pagrach uit Holten. Ook Andries "vliegt naar de post" op vrijdag, als de Jeugdkrant arriveert. "Gauw (de rubriek) Joodsche geschiedenis en Rozijntje (een feuilleton) lezen. Hij hoopt maar dat de Joodsche geschiedenis nooit ophoudt." Een opmerking die de immer gevatte redactie natuurlijk niet laat lopen. "Die verzekering kan ik hem geven. De Joodsche geschiedenis zal nooit ophouden." Het zijn dit soort ironische opmerkingen die het blad ongetwijfeld ook populair maakte bij volwassenen.

Andries, bijna negen, kampte met de nodige gezondheidsproblemen. "In geen anderhalf jaar was hij naar school. Hij was al dien tijd ziek. En dat zegt hij me nu pas! Van de winter hoopt hij weer naar school te gaan." Andries is met zijn vader naar opoe in Raalte geweest en meldt dat hij ook in Holten nog een opoe en een opa heeft. "Die zijn van plan allebei honderd jaar te worden." Zelf wil hij "zoo graag bij de gimnastiek, maar mag het nog niet van den dokter", lezen we. De redactie stelt hem gerust. "Komt ook wel, Andries. Hartelijke groeten van al de mijnen terug aan je lieve ouders en aan de twee opoes en opa."

Amsterdam
Een jaar later duiken Sientje en David Lutraan weer op in een brief van Andries. Hij was met hen op een feestje van zijn tante in Nijverdal. In dezelfde brief uit 1931 beschrijft Andries één van zijn grootste wensen: "Hij zou ook zoo graag naar Amsterdam willen. Als hij gezond blijft en hij is groot, gaat hij er ook eens naar toe. Hoeveel menschen of er wel in Amsterdam wonen. 62.500 dozijn! Hij kan ze heusch natellen. Moeder zegt dat hij voort moet maken met schrijven. Het is bijna half acht en dan moet hij naar bed." "Doe wat Moeder zegt, Andries", aldus de redactie. "Zegt nachtlaainen (avondgebed) en dan er in! Slaap lekker en droom van Amsterdam en dat jij er nog eens burgemeester of raaw (rabbijn) wordt!"

Tot besluit
Het liep allemaal anders. Andries, inmiddels smid, overleefde de Tweede Wereldoorlog niet. Hij overleed in 1944 op 22-jarige leeftijd. Het is niet bekend waar, alleen dat het ergens "in Midden-Europa" was. Ook zijn ouders en grootouders werden vermoord. Sientje Lutraan, die naar Amsterdam was vertrokken en daar was getrouwd, werd in september 1943 in Auschwitz om het leven gebracht, met haar pasgeboren dochtertje Rosette. Ze werd 25 jaar. Ook haar ouders Izak en Lena (februari 1943) en zusjes Sjellie en Betje (januari 1944) kwamen daar om het leven. Opoe Lutraan-Kesing, die zo graag de Jeugdkrant las, werd op 16 april 1943 vermoord in Sobibor. Alleen David Lutraan kwam, na gruwelijke ontberingen en een verblijf in diverse concentratiekampen, weer terug naar huis. Hij pakte zijn werk als veehandelaar op en meldde zich weer bij voetbalvereniging Raalte, waar hij als linksbuiten speelde. Hij overleed in 1999.

Dit artikel verscheen in 'Kruudmoes' (juli 2020), het tijdschrift van de historische vereniging van Raalte

zondag 3 mei 2020

Raaltenaren voor de economische rechter

Foto: Famartin - CC BY-SA 4.0
Op een novemberdag in 1942 stond mijn overgrootvader Jans Groote Wolthaar voor de rechter in Zwolle. Het zal de eerste keer zijn geweest in zijn 67-jarig bestaan. De reden? Hij had een kalf niet laten registreren. Dat was strafbaar omdat vee dat buiten de boeken werd gehouden bijvoorbeeld op de zwarte markt verkocht kon worden. "Zwarthandel? Het was natuurlijk voor eigen gebruik!", riep mijn moeder verontwaardigd toen ik dit aan haar voorlegde. Feit is dat hij de wet overtrad en daarvoor veroordeeld werd. Hij mocht kiezen tussen een boete van vijf gulden en drie dagen hechtenis. Wat het is geworden weet ik niet, maar ik vermoed dat de boete ter plekke werd afgerekend.

Voedselvoorziening
Ik weet dit omdat ik zijn naam aantrof in een bericht in de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant. De krant deed tijdens de Tweede Wereldoorlog nauwkeurig verslag van zittingen van de economische rechter, waar overtredingen werden behandeld op het gebied van de voedselvoorziening en - distributie. Wie als boer de in de jaren ’30 ingevoerde landbouwwetgeving overtrad, liep het risico voor deze rechter te moeten verschijnen. Dat gold ook voor burgers die zich niet aan de spelregels hielden van het bonnensysteem dat in de oorlog was ingevoerd om de schaarse middelen zo eerlijk mogelijk te verdelen.

Naam en woonplaats
Tijdens de zitting werden tientallen andere Sallanders veroordeeld voor kleine en grote overtredingen. De verslaggever schreef cynisch: "Het vet, de tarwe en de rogge schijnen tegenwoordig op straat te liggen. Toen [de verdachten] aangehouden werden waren ze toevallig net op weg om het gevondene naar het politiebureau te brengen." In de krant werden de verdachten met naam en woonplaats genoemd, wat ze nu eenvoudig terug te vinden maakt.

Dagelijks leven
Waar maakten Raaltenaren zich zoal schuldig aan op dit vlak? Ik vond tientallen berichten die over inwoners die iets uit te leggen hadden bij de economische rechter. Ze geven een interessant inkijkje in het dagelijks leven in de oorlog. Opvallend vaak was er boter, rogge of vee in het spel. Zaken die van oudsher ruim voorradig waren in Raalte, maar ja, in de oorlog golden nu eenmaal andere regels. Omdat het mij niet gaat om de namen van specifieke personen maar om de inhoud van de overtredingen heb ik ervoor gekozen om geen namen of alleen initialen te gebruiken.

Boter
Levensmiddelen waren op de bon en dat betekende dat je niet meer dan een vooraf bepaalde hoeveelheid van een product kon kopen. Wie zijn bonnen niet gebruikte, mocht ze niet verkopen. Dat gebeurde echter wel degelijk. Op 20 januari 1943 werden maar liefst vijf Raaltenaren tegelijk aangeklaagd voor het verkopen van boterbonnen. Vier van hen kregen boetes, variërend van tien tot dertig gulden, nummer vijf werd vrijgesproken.

Ook ruilhandel kon strafbaar zijn. Op 19 oktober 1943 werd Raaltenaar J.W. schuldig bevonden aan het ruilen van "6 pond boter (…) tegen overalls". Iets vergelijkbaars overkwam J.A.H., die op 12 april 1944, "boter [had] verkregen in ruil voor vet." Het was duidelijk niet de bedoeling om op eigen initiatief meer dan de voor jou vastgestelde hoeveelheid van een bepaald product te regelen. Veel van de vergrijpen zijn simpel, maar het ging duidelijk meer om het principe dan om hoeveelheden. Je zou bijna een beetje medelijden krijgen met S.v.A., die in oktober 1943 voor de rechter stond voor het vervoeren van anderhalve (!) pond boter. Hij kreeg vijf gulden boete.

Rogge
Rogge was ook in trek. Je kon het achterhouden bij de oogst en dat zelf verwerken. Daar kreeg J.M. een boete voor in juni 1942. Verder kregen opvallend veel Raaltenaren een boete voor het vervoeren van rogge. Het was voor controleurs waarschijnlijk makkelijker om het transport ervan te betrappen, dan om aan te tonen dat er bij de oogst graan opzij was gezet. Bijzonder was de veroordeling van schipper E.J. Hij had een lading rogge op zijn schip "niet voldoende bewaakt." De rogge in kwestie was blijkbaar gestolen en de suggestie is dat E.J. bewust de andere kant op keek zodat het graan in het illegale circuit kon verdwijnen. Daarbij is het overigens goed te bedenken dat dit niet per se betekende dat de gestolen rogge voor woekerprijzen werd verkocht, maar bijvoorbeeld ook gebruikt kon worden om onderduikers mee te voeden.

Wie door een controleur werd betrapt probeerde deze wel eens op andere gedachten te brengen. Soms lukte dat, maar ging het alsnog mis. Dat blijkt uit een krantenbericht uit juni 1943. Raaltenaar H.K. werd veroordeeld voor het omkopen van een controleur en plaatsgenoot G.S. werd tijdens dezelfde zitting schuldig bevonden aan "het aannemen van rogge als controleur van de Landbouw Crisis Organisatie". Blijkbaar had een getuige er melding van gemaakt.

Bron: Delpher.nl
Vee
Vee niet registreren of illegaal (laten) slachten kwam ook veelvuldig voor. Op het laatste stonden fikse straffen. In maart 1942 werd J. v.d. W. veroordeeld tot maar liefst 6 maanden gevangenisstraf voor het slachten van een pink. Niet iedereen legde zich bij de uitspraak van de rechter neer. Slager J.v.D. uit Luttenberg, kreeg aanvankelijk vier maanden cel voor het slachten van een pink in de stal van G.K. in Raalte. Nadat hij en G.K. (die 1 maand celstraf had gekregen) in hoger beroep waren gegaan werden hun straffen verlaagd naar respectievelijk zeven en drie weken.

Grootschalige handel
Hoewel het vaak om kleine incidenten gaat, waren er wel degelijk Raaltenaren die wat meer "ambities" hadden op dit vlak. In november 1942 werd Raaltenaar J.R. veroordeeld tot een boete van vijfhonderd gulden of zes maanden cel. Hij had voor meer dan tienduizend gulden (!) aan bonnen opgekocht in Raalte en omgeving en deze doorverkocht aan een man uit Oostzaan, die ze weer verkocht in Amsterdam. De mensen die hun bonnen verkochten aan J.R. kregen allemaal een boete en staan ook keurig opgesomd in de krant. Als je bedenkt dat je voor illegaal slachten ook 6 maanden kon krijgen, lijkt de straf voor initiatiefnemer R. overigens nogal licht, maar wellicht was er sprake van verzachtende omstandigheden.

Bron: Delpher.nl


Goed christen
Zoals ik al meldde weet je natuurlijk nooit waarom mensen de wet overtraden. Ter illustratie een bijzondere zaak die ook in andere regio’s de krant haalde. De 47-jarige W.L. uit Heeten, die illegaal een koe had geslacht, was het niet eens met zijn veroordeling tot zes maanden cel. Hij ging in februari 1943 in hoger beroep. Zijn advocaat vroeg om gratie omdat landbouwer L. "open tafel" hield voor "armen en landloopers" en "menschen die het moeilijk hadden." Zijn eigen voorraad vlees was niet genoeg geweest, vandaar. "Er staat een goed Christen voor u", pleitte zijn advocaat. Hoewel de rechter overtuigd was van de goede intenties van L., zal het hem niet geholpen hebben.

Tot slot
Ik kan me voorstellen dat sommige mensen de strenge regels als onrechtvaardig hebben ervaren. Toch is uit onderzoek gebleken dat de voedseldistributie ervoor gezorgd heeft dat veel inwoners van Nederland een groot deel van de oorlog relatief goed zijn doorgekomen. Gezien de aard van de vele kleine overtredingen waren de zaken die aan het licht kwamen waarschijnlijk het topje van de ijsberg. Een groot deel van de veroordeelde Raaltenaren had, vermoed ik, het gevoel pech te hebben dat zij nou net wél betrapt waren en de buurman niet. Maar ook dat weet je natuurlijk nooit helemaal zeker. Ik kan het helaas niet meer navragen bij mijn overgrootvader J.G.W.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in het WO2-themanummer van Kruudmoes, het tijdschrift van de historische vereniging Raalte. Over het niet-geregistreerde kalf van Jans Groote Wolthaar schreef ik eerder deze blogpost. 

vrijdag 12 april 2019

Een bedankbrief uit Amsterdam (1955)

Onlangs kreeg ik een bijzondere brief te zien. Hij werd gevonden in het vroegere huis van Mies en Dine Bos Overmars en was afkomstig van 'Frans'. Dat kan natuurlijk alleen maar Frans Lourens zijn, de Amsterdamse letterzetter die tijdens de Hongerwinter in Raalte terecht kwam en onderdak vond bij de gezusters Bos Overmars. Hij schreef de brief precies tien jaar na de Bevrijding en de inhoud is zeer de moeite waard. Je snapt meteen waarom de zussen de brief bewaard hebben.

Met dank aan Wim Rensen, die de brief aantrof bij een verbouwing, en Jos Segbers van de website www.groetenuitraalte.nl. Hij tipte mij over het bestaan ervan en scande de brief en nog een aantal andere documenten voor mij.  

Amsterdam, 13 april 1955

Beste Mies en Dine,

Vandaag en gisteren heb ik veel aan jullie gedacht, want het is nu 10 jaar geleden dat wij bevrijdt werden. 10 jaren die als een schaduw voorbij zijn gegleden het lijkt mij wel veel korter geduurd te hebben maar de kalender zegt het en die is onverbiddelijk in z’n nuchtere waarheid.

Het lijkt wel of ik een verhaaltje aan het schrijven ben maar dit is toch niet waar dit is geen verhaaltje dit is de pure waarheid en ik weet niet hoe die jaren jullie toeschijnen maar om op m’n onderwerp terug te komen wat ik nu schrijf is een soort van verlate dankbetuiging aan twee dames die zich onder moeilijke omstandigheden de zorg voor een ander nog op de hals haalden, ik geloof dat ik nu pas begin te beseffen wat dat betekend heeft. Ik weet wel dat ik de laatste jaren niet druk geschreven heb maar ondanks dat ben ik deze daad van naastenliefde van jullie nooit vergeten en daarom zal ik ook een daad van naastenliefde verrichten en stoppen met bedanken, ik weet zeker dat het jullie geen plezier bezorgt als ik zo doorga.

M’n lieve tantes hoe gaat het met de gezondheid wind er maar geen doekjes om zeg het maar vrijuit. Geen last van bronchitis, rheumatiek of jicht, geen last van eksterogen of kiespijn neen helemaal niets? Prachtig, dan bent u volkomen gezond, blijf dan ook uit de buurt van de dokter want het is een gek ding, waar dokters zijn, zijn ook zieken. Het lijkt soms zelfs wel er op dat ze de oorzaak zijn van de kwalen.

Hoe is het met de zaak, alles nog in orde, drinken de boeren nogal een beetje? Er is nu weer genoeg hè, toen ik daar was sloegen de moffen zelfs de flessen met dat zure spul stuk, weet jullie nog dat we met z’n drieën in het keldertje zaten en die moffen maar tekeer gaan boven ons hoofd.

Nou zal ik maar eens wat vertellen over mijzelf, ik ben gezond en voel me fit, ben nog steeds niet getrouwd, hoewel dat ongeveer over een jaartje wel gaat gebeuren, dat hopen we tenminste. Ik ben nu 28 jaar en dan wordt het wel tijd waar of niet. M’n meisje heet Nel en is 26 jaar. Ze werkt bij mij op kantoor, momenteel sparen we voor de noodzakelijke uitzet. De enige moeilijkheid die we voor de toekomst zien is de moeilijkheid van iedereen, een huis. Hoe dat moet gaan weten we nog niet. Huren kun je ze niet en kopen is te duur voor ons, maar ja, we wachten maar af en houden ogen en oren wagenwijd open, misschien hebben we wel geluk en komt tijd komt raad.


In ieder geval voordat we gaan trouwen komen we ook nog een keer Raalte bezoeken, wanneer dat gaat gebeuren is ons nog niet bekend maar ik heb het een tijdje terug met Nel besproken en die wil graag eens kennis maken en horen wat voor kwaad ik toendertijd in Raalte uitgespookt heb.

Maar tantetjes ik ga eindigen, nogmaals bedankt voor dat verleden, blijf plezier houden in het leven. De Engelsen zeggen “keep smiling”, dat is blijf glimlachen en daar sluit ik mij bij aan. Een herinneringszoen voor jullie beide van de ex-pleegzoon die al een beetje kaal begint te worden.

Frans






















zaterdag 21 mei 2016

Moord op de controleur (1942)

Mijn post over het illegale kalf van Jans Groote Wolthaar deed me denken aan het boek Vergeten moord? In Raalte van Jan Leenhouts, dat uitkwam in 2014. Draaide dat ook niet om een controle op illegaal vee? Inderdaad, zo bleek toen ik het nazocht. Opmerkelijk genoeg speelt het in dezelfde periode, het najaar van 1942.

In Vergeten moord? doet Leenhouts verslag van zijn onderzoek naar de moord op Wim Sesink, een jonge ambtenaar in dienst van de Centrale Crisis Controle Dienst (CCCD). Deze organisatie was in de jaren ‘30 opgericht om illegale handel, clandestien slachten en hamsteren tegen te gaan, zo is te lezen. Medewerkers van de dienst - die om begrijpelijke redenen niet bijster populair was, zeker niet tijdens de bezetting - bezochten boerderijen om ter plekke controles uit te voeren.

Op 22 september 1942 bracht Sesink een bezoek aan de boerderij van Anton Klunder op Linderte 67, tegenwoordig Assendorperweg 11. Klunder was, blijkt uit de verhalen die Leenhouts boven tafel kreeg, op z’n zachtst gezegd een vreemde snuiter met agressieve trekjes. Hij had een aantal jaar daarvoor de hand weten te leggen op het boerderijtje, dat oorspronkelijk van de ouders van zijn toenmalige verloofde was. Het voorgenomen huwelijk ging niet door, maar Klunder bleef er wonen en zowel zijn verloofde als haar ouders voelden zich genoodzaakt de woning te ontvluchten.

Tijdens de bewuste controle trof Sesink in de schuur van Klunder vee aan dat niet in het boekje stond. Ook was er clandestien verbouwde rogge. Er ontstond een woordenwisseling tussen de twee, waarna Sesink met een bezemsteel op zijn hoofd werd geslagen en buiten bewustzijn raakte. Klunder liet de controleur liggen en verliet de schuur. Later bleek Sesink te zijn overleden, waarschijnlijk omdat hij in een ongelukkige houding was gevallen en geen lucht meer kreeg.

De gebeurtenissen zullen de gemoederen flink hebben beziggehouden in Raalte en omstreken, stel ik me zo voor.

Een maand na de zitting waarin Jans Groote Wolthaar uitleg mocht komen geven over zijn kalf startte de rechtszaak tegen Anton Klunder. Hij werd in hoger beroep veroordeeld voor zware mishandeling en kwam in de Arnhemse koepelgevangenis terecht. Hij zou zijn straf niet uitzitten. Tijdens de Slag om Arnhem in september 1944 werden de gevangen vrijgelaten omdat de situatie te gevaarlijk was. Klunder kwam - zo concludeert Leenhouts na uitvoerig onderzoek - midden in het oorlogsgeweld terecht en, uiteindelijk, in een massagraf op de Arnhemse begraafplaats Moscowa.

woensdag 4 mei 2016

Buiten het boekje (1942)

“Het vet, de tarwe en de rogge schijnen tegenwoordig op straat te liggen”, sneert de journalist van de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant in onderstaand bericht over een zitting van de economische rechter in Zwolle. “Toen [de verdachten] aangehouden werden waren ze toevallig net op weg om het gevondene naar het politiebureau te brengen.”

Wat Jans Groote Wolthaar, mijn overgrootvader, als verdediging aanvoerde weten we niet. Dankzij dit bericht weten we wel dat hij op zijn 67e voor de rechter moest verschijnen omdat hij een kalf niet had laten registreren. Vlees was net als veel andere levensmiddelen schaars in de oorlog en op de bon. Door vee buiten de boeken te houden kon je het, bijvoorbeeld, op de zwarte markt verkopen.

Hij kreeg een boete van vijf gulden opgelegd. Geen bedrag om wakker van te liggen, ook niet in 1942. Of drie dagen hechtenis, wat alweer een stuk ernstiger klinkt. Het kalf was hij in in ieder geval kwijt, dat werd verbeurd verklaard.

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant, 24-11-1942

zondag 3 mei 2015

Een vlieger op het ereveld


Still uit Dutch Wings over Jackson (ca. 18e minuut)
Dit is Henk Grijsen, de zoon van Sophia Maria Groote Wolthaar en Gerardus Ludovicus Grijsen. Toen hij in december 1936 naar Nederlands Indië vertrok, hij was toen 21, moest hij afscheid nemen van zijn moeder en tante in Castricum. Ik schreef eerder al over de scheiding van zijn ouders. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak kwam hij in het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) terecht, bij de afdeling Militaire Luchtvaart. De vliegers-in-opleiding van het KNIL werden nog voor de Japanse bezetting geëvacueerd en belandden eerst in Australië en later in Amerika. 

In Jackson, Mississipi, was twee jaar lang de RoyalNetherlands Military Flying School gevestigd. In de documentaire Dutch Wings over Jackson (2013) is te zien dat de komst van zo'n 500 knappe en goedbetaalde buitenlandse soldaten een hele belevenis was voor de inwoners van het 60.000 zielen tellende stadje. Het duurde dan ook niet lang voordat de eerste huwelijken werden gesloten. Dat gold niet voor Henk, want die was al in Indië getrouwd en had zijn vrouw Jopie meegenomen. Dat vertelt Jopie namelijk zelf in de documentaire, waarin ze uitgebreid aan het woord komt.

Sommige vliegers waren heuse 'dare devils' die onder bruggen en telefoondraden heenvlogen en dat liep niet altijd goed af. Op de lokale begraafplaats Cedar Lawn is een ereveld ingericht voor de gevallenen en daar ligt, helaas, ook Henk Grijsen. Hij verongelukte op 21 oktober 1943 met 2 anderen bij een nachtvlucht, toen hun toestel vlak na het opstijgen tegen een boomtop vloog.