Posts tonen met het label slijterij. Alle posts tonen
Posts tonen met het label slijterij. Alle posts tonen

vrijdag 12 april 2019

Een bedankbrief uit Amsterdam (1955)

Onlangs kreeg ik een bijzondere brief te zien. Hij werd gevonden in het vroegere huis van Mies en Dine Bos Overmars en was afkomstig van 'Frans'. Dat kan natuurlijk alleen maar Frans Lourens zijn, de Amsterdamse letterzetter die tijdens de Hongerwinter in Raalte terecht kwam en onderdak vond bij de gezusters Bos Overmars. Hij schreef de brief precies tien jaar na de Bevrijding en de inhoud is zeer de moeite waard. Je snapt meteen waarom de zussen de brief bewaard hebben.

Met dank aan Wim Rensen, die de brief aantrof bij een verbouwing, en Jos Segbers van de website www.groetenuitraalte.nl. Hij tipte mij over het bestaan ervan en scande de brief en nog een aantal andere documenten voor mij.  

Amsterdam, 13 april 1955

Beste Mies en Dine,

Vandaag en gisteren heb ik veel aan jullie gedacht, want het is nu 10 jaar geleden dat wij bevrijdt werden. 10 jaren die als een schaduw voorbij zijn gegleden het lijkt mij wel veel korter geduurd te hebben maar de kalender zegt het en die is onverbiddelijk in z’n nuchtere waarheid.

Het lijkt wel of ik een verhaaltje aan het schrijven ben maar dit is toch niet waar dit is geen verhaaltje dit is de pure waarheid en ik weet niet hoe die jaren jullie toeschijnen maar om op m’n onderwerp terug te komen wat ik nu schrijf is een soort van verlate dankbetuiging aan twee dames die zich onder moeilijke omstandigheden de zorg voor een ander nog op de hals haalden, ik geloof dat ik nu pas begin te beseffen wat dat betekend heeft. Ik weet wel dat ik de laatste jaren niet druk geschreven heb maar ondanks dat ben ik deze daad van naastenliefde van jullie nooit vergeten en daarom zal ik ook een daad van naastenliefde verrichten en stoppen met bedanken, ik weet zeker dat het jullie geen plezier bezorgt als ik zo doorga.

M’n lieve tantes hoe gaat het met de gezondheid wind er maar geen doekjes om zeg het maar vrijuit. Geen last van bronchitis, rheumatiek of jicht, geen last van eksterogen of kiespijn neen helemaal niets? Prachtig, dan bent u volkomen gezond, blijf dan ook uit de buurt van de dokter want het is een gek ding, waar dokters zijn, zijn ook zieken. Het lijkt soms zelfs wel er op dat ze de oorzaak zijn van de kwalen.

Hoe is het met de zaak, alles nog in orde, drinken de boeren nogal een beetje? Er is nu weer genoeg hè, toen ik daar was sloegen de moffen zelfs de flessen met dat zure spul stuk, weet jullie nog dat we met z’n drieën in het keldertje zaten en die moffen maar tekeer gaan boven ons hoofd.

Nou zal ik maar eens wat vertellen over mijzelf, ik ben gezond en voel me fit, ben nog steeds niet getrouwd, hoewel dat ongeveer over een jaartje wel gaat gebeuren, dat hopen we tenminste. Ik ben nu 28 jaar en dan wordt het wel tijd waar of niet. M’n meisje heet Nel en is 26 jaar. Ze werkt bij mij op kantoor, momenteel sparen we voor de noodzakelijke uitzet. De enige moeilijkheid die we voor de toekomst zien is de moeilijkheid van iedereen, een huis. Hoe dat moet gaan weten we nog niet. Huren kun je ze niet en kopen is te duur voor ons, maar ja, we wachten maar af en houden ogen en oren wagenwijd open, misschien hebben we wel geluk en komt tijd komt raad.


In ieder geval voordat we gaan trouwen komen we ook nog een keer Raalte bezoeken, wanneer dat gaat gebeuren is ons nog niet bekend maar ik heb het een tijdje terug met Nel besproken en die wil graag eens kennis maken en horen wat voor kwaad ik toendertijd in Raalte uitgespookt heb.

Maar tantetjes ik ga eindigen, nogmaals bedankt voor dat verleden, blijf plezier houden in het leven. De Engelsen zeggen “keep smiling”, dat is blijf glimlachen en daar sluit ik mij bij aan. Een herinneringszoen voor jullie beide van de ex-pleegzoon die al een beetje kaal begint te worden.

Frans






















vrijdag 15 februari 2019

Op zoek naar Mies en Diene Bos Overmars

In november 2018 schreef ik voor Kruudmoes, het tijdschrift van de historische vereniging Raalte, een artikel over mijn onderzoek naar de slijterij van Mies en Diene Bos Overmars, de zussen van mijn overgrootmoeder Miete Groote Wolthaar-Bos Overmars. Uit familieverhalen wist ik dat Mies en Diene een slijterij in de Herenstraat runden, De Poot. Maar of het hun eigen zaak was en waar en wanneer was onduidelijk. Ook was er 'iets' met hun jongere broer Jas, die in 1938 hun ouderlijk huis, erve Emmink in Linderte, verkocht. Dankzij de lezers van Kruudmoes is het plaatje een stuk duidelijker geworden, vandaar deze update.

Slijterij De Poot
Om te beginnen de slijterij. Die was gevestigd op Herenstraat 3, waar nu bloemist De Plantage zit. Dat ik in het archief van het Handelsregister geen spoor had kunnen vinden van Mies en Diene bleek te kloppen. Albert Veldhuis vertelde dat zijn vader Hein Veldhuis de slijterij in 1916 had opgericht en dat deze aanvankelijk door twee zussen van zijn vader werd uitgebaat. De slijterij - die toen nog niet De Poot heette - was één van meerdere zaken van Hein Veldhuis. Hij bezat onder meer een boekhandel, een drukkerij, was distributeur van Heineken en reisde ook geregeld naar Amsterdam om daar spullen - onder meer op het Waterlooplein - te kopen en die in Salland te verkopen.

Mies en Diene kwamen waarschijnlijk in de jaren ’30 in de zaak, zo wist Albert Veldhuis te vertellen. Omdat ik uit informatie van het Kadaster weet dat Mies en Diene in 1933 hun deel van de boerderij verkochten of overdroegen aan hun broer Jas, lijkt dat jaartal een logische optie. Ze waren op dat moment 46 en 44 jaar en gingen boven de winkel wonen. In principe runden ze de slijterij behoorlijk zelfstandig. Eens per week kwamen ze het geld brengen en dat ging in goed vertrouwen, aldus Albert Veldhuis. Hij kwam er als jongen over de vloer en herinnert zich dat ze altijd in het zwart gekleed waren. 

Slijterij De Poot anno 1945. Van links naar rechts: Frans Lourens, Mies Bos Overmars, Diene Bos Overmars en Theo Bogaart. De trap naar boven, waar de zussen woonden, is deels te zien. De kannetjes in het midden werden jaarlijks geijkt en werden gebruikt om drank af te meten. (Collectie Riek Hoekerswever)


Een leuk detail is dat er in De Poot ook drank geschonken werd. Er was een ruimte van circa 3 bij 4 meter waar een tafel en een paar stoelen stonden. Een piepklein kroegje, met aan de muur een religieuze prent, met als onderwerp “de Goede Herder”, een afbeelding van Jezus die als een herder voor zijn schaapjes zorgt. Daar namen de stamgasten hun dag door en werd gediscussieerd over de lokale politiek. De drank kwam uit flessen, maar er waren ook klanten die de voorkeur gaven aan alcohol die uit eikenhouten vaten kwam die in de kelder werden opgeslagen.

Veldhuis heeft ook wel een vermoeden hoe de gezusters Bos Overmars uiteindelijk in de Poepershoek terecht kwamen, het huisje in de Blekstraat waar ze hun laatste jaren sleten. Het huis was eigendom van aannemer Anton Haarman, wiens werkplaats aan de achterzijde van het huis grensde. Haarman was één van de stamgasten van De Poot en het kan haast niet anders dan dat Mies en Diene via hem aan dit huis kwamen. Het huis was niet in goede staat - sterker nog, het was onbewoonbaar verklaard - maar waarschijnlijk hebben zij met hem kunnen regelen dat het werd opgeknapt. Ze gingen er wonen toen ze met pensioen gingen, waarschijnlijk halverwege de jaren vijftig.

Deurwaardersvrouwen
Van Mies Reimert-Habers kreeg ik de tip dat Mies en Diene de deurwaardersvrollu werden genoemd en die naam bleek ook bij anderen een belletje te doen rinkelen. De herkomst van deze bijnaam is onbekend, maar heel positief klinkt het eigenlijk niet… Ook de naam De Poot, waarvan ik aanvankelijk dacht dat het alleen de naam van de winkel was, lijkt verbonden te zijn met de familie Bos Overmars, maar hoe precies is niet duidelijk. Waar iedereen die ik sprak het over eens was, was dat beide zussen in de slijterij werkten, maar Mies, de oudste, de gangmaker was. Diene was rustiger en hield zich wat meer op de achtergrond.

Hongerwinter: gasten uit Amsterdam
Bij het vorige artikel stond een foto van Mies en Diene met twee onbekende jongens. Riek Hoekerswever kon me vertellen wie het waren en daar hoorde een bijzonder verhaal bij. Het ging om Frans Lourens en Theo Bogaart, twee jonge letterzetters uit Amsterdam. Zij waren in de Hongerwinter in Raalte terecht gekomen. Ze waren niet alleen uit het westen vertrokken op zoek naar voedsel, maar ook omdat ze in de hoofdstad betrokken waren bij illegale kranten.

Ze waren een jaar of achttien maar leken door ondervoeding veel jonger en gaven zich om veiligheidsredenen uit voor vijftienjarigen. Net als andere hongertrekkers werden ze eerst opgevangen in het St. Bernardusgebouw. Daarna kreeg Frans Lourens, die katholiek was, onderdak bij Mies en Diene. De protestantse Theo Bogaart werd ondergebracht op de boerderij van de eveneens protestantse familie Hoekerswever aan de Almelosestraat. 

De familie Hoekerswever met Frans Lourens en Theo Bogaart. In het midden dochter Riek. De foto is gemaakt ter gelegenheid van het vertrek van Frans en Theo naar Amsterdam, een tijdje na de bevrijding. De foto is gemaakt achter de boerderij. (Collectie Riek Hoekerswever)
Het is gissen waarom de jongens uitgerekend hier terecht kwamen. Feit is wel dat de ouders van Riek Hoekerswever Mies en Diene kenden en ook in de slijterij kwamen. Er zijn geen aanwijzingen dat er een link was met de drukkerij van de familie Veldhuis. Frans en Theo waren in Raalte ook niet betrokken bij illegale kranten, aldus Riek Hoekerswever, die altijd bevriend is gebleven met Frans Lourens en zijn latere echtgenote.

Haar vader had voor Theo een slaapkamer getimmerd in de pinkenstal, maar uiteindelijk werden daar een oom en tante gehuisvest die hun huis onderaan de Nijverdalse Berg moesten verlaten vanwege V1’s en V2s die daar in de buurt gelanceerd werden. Theo ging in de keuken slapen. Frans kwam ook bijna elke dag naar de boerderij. Hij vond het leuk om mee te helpen en leerde zelfs melken. De jongens hielden door brieven contact met hun familie in het westen. Zo kreeg Frans van zijn bezorgde zus de vraag of hij wel elke dag naar de kerk ging, wat hij overigens netjes deed. De jongens draaiden gewoon mee in het dagelijks leven, zonder dat er door bv. de Duitsers lastige vragen werden gesteld.

Frans Lourens en Theo Bogaart bleven in Raalte tot na de bevrijding. Het contact met Theo verwaterde niet lang na de oorlog, maar de band met Frans bleef, tot aan zijn overlijden in 2009. Een mooi verhaal over een bijzondere vriendschap tussen een Raalter boerendochter en een Amsterdamse letterzetter die letterlijk aan was komen lopen.

De schuld van broer Jas
Ik kreeg ook een interessante tip over Jas, de broer van Mies en Diene. Hij bleef in zijn eentje achter op de boerderij aan de Ten Haveweg toen zijn zussen naar de Herenstraat vertrokken. Een paar jaar later werden het huis en de grond alsnog verkocht. Omdat over Jas in de familie wordt verteld dat hij ooit “in een hol” zou hebben gewoond ben ik altijd nieuwsgierig geweest naar wat er aan de hand was met Jas. De heer Kieftenbeld uit Heeten wist me te vertellen dat over Jas het verhaal de ronde deed dat hij van iemand geld had geleend dat hij niet kon terugbetalen. Geen groot bedrag, maar hij kreeg ruzie met zijn schuldeiser en uiteindelijk leidde dit er toe dat de boerderij werd geveild en in het bezit kwam van een familie Kogelman.

In die periode zou Jas totaal van de kaart zijn geweest en zo kwaad dat niemand bij hem in de buurt durfde te komen. Het gerucht ging zelfs dat Jas zo woedend was over de gang van zaken dat hij het geld dat overbleef na de veiling nooit heeft willen ophalen. Over een eventueel hol was ook de heer Kieftenbeld niets bekend. Hij zag Jas wel eens toen deze in de kost was bij Harry Doevelaar in Raalte. Jas werkte toen bij de Heidemij en vertoonde voor zover bekend geen afwijkend gedrag.

Soms zou je willen dat je even terug in de tijd kon om aan te schuiven in het huiskamercafé van De Poot. Mies en Diene hadden dan ongetwijfeld hun versie van het verhaal uit de doeken gedaan. En de stamgasten hadden misschien kunnen vertellen hoe de zusters aan hun bijnaam kwamen…

Met veel dank aan Riek Hoekerswever, Albert Veldhuis, dhr. Kieftenbeld en Mies Reimert-Habers voor alle informatie en de verhalen die ze hebben gedeeld. Dit artikel is ook gepubliceerd in de nieuwe editie van Kruudmoes. Inmiddels is er al weer nieuwe informatie binnengekomen :-)



maandag 31 december 2018

Feest in De Poot (1945)

Op de laatste dag van 2018 deel ik nog even deze feestelijke foto van Mies en Diene Bos Overmars in slijterij De Poot, in de Herenstraat in Raalte. Hij is gemaakt in mei of juni 1945, ter gelegenheid van het afscheid van de twee jongens op de foto, Frans Lourens (links) en Theo Bogaart. Zij waren letterzetters uit Amsterdam die in de Hongerwinter in Raalte terecht waren gekomen. De katholieke Frans werd opgevangen bij Mies en Diene, terwijl Theo, die protestants was, een onderkomen vond bij de familie Hoekerswever.

Van links naar rechts: Frans Lourens, Mies en Diene Bos Overmars, Theo Bogaart. (Collectie Riek Hoekerswever)
Dat ik ooit nog een foto van de slijterij zou zien had ik niet durven dromen. Hij komt uit de collectie van Riek Hoekerswever, die reageerde op het artikel dat ik in november in Kruudmoes publiceerde. Dankzij haar en enkele andere lezers zijn een paar puzzelstukjes van het verhaal van Mies en Diene en hun broer Jas op hun plaats gevallen. Ik heb inmiddels een update geschreven, die ik t.z.t ook hier zal plaatsen.

Wordt vervolgd!

zondag 20 augustus 2017

Slijterij De Poot

Ik schreef al eens over Mies en Diene Bos Overmars, de zussen die samen een slijterij runden in de Herenstraat in Raalte. Zonder de naam van de winkel lukte het niet de onderneming te traceren in het handelsregister. Op hun familienaam kon ik niets vinden.

Tot ik eind vorig jaar getipt werd dat de winkel "De Poot" heette. Dat leverde wel een treffer op en ik was dan ook erg benieuwd naar de inhoud van het dossier. Dat viel tegen: het bevatte slechts formulieren uit de periode 1964-1971. Als eigenaren stonden zes broers en zussen Veldhuis geregistreerd. In 1970 kwam de zaak in handen van een Cornelis Hermanus Sluyter, om eind 1971 failliet verklaard te worden. Van Mies en Diene geen spoor, hoewel dat gezien het tijdstip - de zussen werden respectievelijk in 1887 en 1889 geboren - ook weer niet zo vreemd is.

Het enige aanknopingspunt is een vermelding van het jaar 1916 als “tijdstip van vestiging van de onderneming”. Waren het de zussen Bos Overmars die de winkel in dat jaar openden? Ze waren toen 29 en 27, dus het is mogelijk. En het is denkbaar dat zij halverwege de jaren ’60 met pensioen zijn gegaan en de slijterij hebben verkocht aan de familie Veldhuis. Het dossier vertelt er echter niets over, dus we weten niet zeker wanneer ze zijn begonnen en gestopt en of er nog andere eigenaren waren.


Op de foto, die een brand heeft overleefd, zien we de beide zussen. Naar verluidt was het Diene (rechts) die verantwoordelijk was voor de slijterij. Mies (links) hielp wel in de winkel, maar runde daarnaast het huishouden. Wie de jongens zijn, is niet bekend. 

Met dank aan Joop Velderman voor de foto en de informatie

zondag 21 februari 2016

De onvindbare slijterij

Een beetje ondernemer investeert tegenwoordig in zichtbaarheid en vindbaarheid. Als je niet online te vinden bent, besta je niet. Het zoeken naar ondernemers uit het verleden is een heel ander verhaal. Ik schreef al eens over Mies en Diene Bos Overmars, de zussen die op de Poepershoek woonden. Ze hadden een slijterij, zo weten diverse familieleden zich te herinneren. Ik was benieuwd of ik daar meer over kon vinden. De naam van de zaak bijvoorbeeld - als dat niet hun eigen naam was. Of wanneer ze er mee begonnen waren. Misschien zelfs een foto of een oude advertentie?

Dat is vooralsnog niet gelukt. Het bevolkingsregister bevestigt dat de in respectievelijk 1887 en 1889 geboren zussen “winkelierster” zijn, maar dat is alles. In het archief van het Handelsregister, dat in 1921 is opgericht, heb ik ze niet kunnen vinden en ik heb ook al eens stukken doorgenomen van de Rooms-Katholieke Bond van Voedings- en Genotmiddelenbedrijven, afdeling Raalte. Afgelopen vrijdag heb ik in het archief in Deventer het Handels-Adresboek Salland (uit 1925) doorgenomen en een paar oude telefoonboeken (op de studiezaal zijn onder meer uitgaven uit 1957 en 1969 in te zien), maar ook daarin geen spoor van de dames Bos Overmars. Deze ondernemers laten zich vooralsnog niet zo gemakkelijk vinden…