Posts tonen met het label marienheem. Alle posts tonen
Posts tonen met het label marienheem. Alle posts tonen

zondag 31 maart 2019

Dakloos: de zwerftocht van oom Jas

Trouwe lezers van mijn blog weten dat “oom Jas” een terugkerend onderwerp is. Jas, de roepnaam van Johannes Wilhelmus Bos Overmars (1893-1966), was de broer van mijn overgrootmoeder. Toen ik jaren geleden hoorde vertellen dat hij ooit "in een hol" zou hebben gewoond was mijn interesse gewekt. Wanneer dat was, waar precies en, niet onbelangrijk, waarom in godsnaam, wist niemand.

Mijn mede-speurders, op zoek naar aanwijzingen op een oude luchtfoto. 

Onderzoek wees uit dat in 1938 zijn ouderlijk huis werd verkocht, de boerderij waar ook mijn overgrootmoeder is opgegroeid. Daarna woonde hij op diverse adressen in Raalte en was hij volgens het bevolkingsregister geen "landbouwer" meer, maar "landarbeider". Ook zonder de details te kennen kun je je voorstellen dat het een persoonlijk drama moet zijn geweest.

De afgelopen paar maanden heb ik meerdere mensen gesproken die hem gekend hebben en hun herinneringen wilden delen. Ik schreef al over de schuld die hij zou hebben gehad en die tot de veiling van de boerderij leidde. Inmiddels is dat verhaal door meerdere mensen bevestigd. Daarbij wisselen de details, maar komen de grote lijnen overeen. Zo noemden twee mensen, onafhankelijk van elkaar, de naam van de vermeende schuldeiser van Jas, iemand die in de buurt woonde. Dat ging vroeger zo, werd me verteld, dat regelde je onderling, niet via de bank. Het is me ook duidelijk geworden dat veel buren en buurtgenoten destijds zo hun gedachten hadden over de gang van zaken. Of het nu echt nodig was om de zaak zo op de spits te drijven bijvoorbeeld. Ook is me verteld dat sommige boeren uit de buurt in principe best interesse hadden in de grond van Jas - buurmans grond is immers maar één keer te koop- maar zich niet wilden branden aan déze verkoop.

Dan het hol, waar het allemaal mee begon. Lang niet iedereen die ik sprak wist daar iets over, maar de gouden tip kwam van de familie Hogeboom. Hun opa en oma Bonenkamp waren buurtgenoten van Jas aan de Ten Haveweg en zouden Jas hebben opgevangen. Het verhaal ging als volgt. Toen hij zijn huis uit moest vertrok Jas met paard en wagen en was hij gaan 'kamperen' bij een vennetje in de buurt. Daar werd hij weggestuurd door de eigenaar van de grond, waarna hij een stuk verderop in het land, om precies te zijn in een singel (houtwal) een hol had uitgegraven. Uiteindelijk kon de familie Bonenkamp het niet langer aanzien en hebben zij hem een tijdje onderdak geboden, in de varkensschuur om precies te zijn. Op de zolder van die schuur zouden nog jarenlang spullen van Jas opgeslagen hebben gelegen, ook toen Jas al lang onder de pannen was op een kostadres in Raalte.

Jan Hogeboom wist me te vertellen dat het hol, dat is gegraven toen hijzelf nog niet was geboren, eind jaren vijftig nog steeds zichtbaar was. Jan was erbij toen, ten behoeve van de ruilverkaveling, de singel in kwestie werd gerooid. Hij weet nog dat de arbeider die dat deed op de resten van het hol stuitte, waarna de vader van Jan uitlegde hoe het ontstaan was. Het zou gaan om een plek ten oosten van de Brunselweg, niet ver van de sloot (Oosterbroekswaterleiding) die deze zandweg halverwege doorkruist. Dat sloot goed aan op de informatie die een andere buurtgenoot deelde, namelijk dat "ze" Jas "uit het bos" hadden gehaald, uit wat hij ’t Osterbroek’n noemde, bij de Hottenvoortsweg, die parallel loopt aan de Brunselweg.

Om het einde van de zoektocht naar het hol van Jas te markeren leek het mij een mooi idee om een wandeling te maken rond het gebied waar Jas tijdelijk moet zijn neergestreken. Ik had mijn moeder en mijn oom uitgenodigd om mee te lopen, want zij waren het die het detail over "het hol" ooit lieten vallen in een verhaal over hun oma. Afgelopen vrijdagmiddag was het zover. De zon scheen, de vogels floten en het was prachtig in het buitengebied tussen Mariënheem en Luttenberg. Jas zal het gebied op zijn duimpje hebben gekend. Zijn tijdelijke onderkomen, waar het dan ook precies is geweest, was op loopafstand van de boerderij die hij kwijt was en vlakbij de akkers en weilanden die tot voor kort van hem waren. Naar verluidt kwam Jas de rest van zijn leven nog geregeld over de vloer bij de familie Bonenkamp, die hem had opgevangen in deze moeilijke periode.

Oosterbroekswaterleiding, gezien vanaf de Brunselweg. Hier zou het in de buurt moeten zijn geweest.

Holtenveenseweg. Je kunt je er iets bij voorstellen dat Jas beschutting zocht in een wellicht vergelijkbaar stukje singel.



zaterdag 21 mei 2016

Moord op de controleur (1942)

Mijn post over het illegale kalf van Jans Groote Wolthaar deed me denken aan het boek Vergeten moord? In Raalte van Jan Leenhouts, dat uitkwam in 2014. Draaide dat ook niet om een controle op illegaal vee? Inderdaad, zo bleek toen ik het nazocht. Opmerkelijk genoeg speelt het in dezelfde periode, het najaar van 1942.

In Vergeten moord? doet Leenhouts verslag van zijn onderzoek naar de moord op Wim Sesink, een jonge ambtenaar in dienst van de Centrale Crisis Controle Dienst (CCCD). Deze organisatie was in de jaren ‘30 opgericht om illegale handel, clandestien slachten en hamsteren tegen te gaan, zo is te lezen. Medewerkers van de dienst - die om begrijpelijke redenen niet bijster populair was, zeker niet tijdens de bezetting - bezochten boerderijen om ter plekke controles uit te voeren.

Op 22 september 1942 bracht Sesink een bezoek aan de boerderij van Anton Klunder op Linderte 67, tegenwoordig Assendorperweg 11. Klunder was, blijkt uit de verhalen die Leenhouts boven tafel kreeg, op z’n zachtst gezegd een vreemde snuiter met agressieve trekjes. Hij had een aantal jaar daarvoor de hand weten te leggen op het boerderijtje, dat oorspronkelijk van de ouders van zijn toenmalige verloofde was. Het voorgenomen huwelijk ging niet door, maar Klunder bleef er wonen en zowel zijn verloofde als haar ouders voelden zich genoodzaakt de woning te ontvluchten.

Tijdens de bewuste controle trof Sesink in de schuur van Klunder vee aan dat niet in het boekje stond. Ook was er clandestien verbouwde rogge. Er ontstond een woordenwisseling tussen de twee, waarna Sesink met een bezemsteel op zijn hoofd werd geslagen en buiten bewustzijn raakte. Klunder liet de controleur liggen en verliet de schuur. Later bleek Sesink te zijn overleden, waarschijnlijk omdat hij in een ongelukkige houding was gevallen en geen lucht meer kreeg.

De gebeurtenissen zullen de gemoederen flink hebben beziggehouden in Raalte en omstreken, stel ik me zo voor.

Een maand na de zitting waarin Jans Groote Wolthaar uitleg mocht komen geven over zijn kalf startte de rechtszaak tegen Anton Klunder. Hij werd in hoger beroep veroordeeld voor zware mishandeling en kwam in de Arnhemse koepelgevangenis terecht. Hij zou zijn straf niet uitzitten. Tijdens de Slag om Arnhem in september 1944 werden de gevangen vrijgelaten omdat de situatie te gevaarlijk was. Klunder kwam - zo concludeert Leenhouts na uitvoerig onderzoek - midden in het oorlogsgeweld terecht en, uiteindelijk, in een massagraf op de Arnhemse begraafplaats Moscowa.