Posts tonen met het label jas bos overmars. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jas bos overmars. Alle posts tonen

donderdag 6 februari 2020

De boer die zijn boerderij verloor

Vandaag is de geboortedag van Jas Bos Overmars. Hij werd op 6 februari 1893 geboren in Linderte. Een mooi moment om het artikel over mijn speurtocht naar hem te delen dat vorige week in Kruudmoes is gepubliceerd. 

Op zoek naar Jas Bos Overmars
Waarom wil je dat eigenlijk allemaal weten?” Die vraag kreeg ik weleens van mensen die ik vroeg naar hun herinneringen aan Jas Bos Overmars, de broer van mijn overgrootmoeder. Mijn interesse werd gewekt door een losse opmerking van een familielid over “Oom Jas” die “in een hol zou hebben gewoond.” Een hol? Bij doorvragen wist niemand precies hoe of wat. Sterker nog, er was zelfs geen foto overgebleven van deze man, die in 1966 op 72-jarige leeftijd overleed.

Waar begin je dan met je zoektocht? In twee eerdere artikelen in Kruudmoes (najaar 2018 en voorjaar 2019) heb ik al verslag gedaan van mijn onderzoek naar Johannes Wilhelmus Bos Overmars. Want lezers van Kruudmoes wisten tot mijn grote verrassing wel degelijk iets te vertellen over Jas. Omdat er ook na het tweede artikel nog tips zijn binnengekomen kan ik inmiddels aardig wat puzzelstukjes aan elkaar leggen. Dat Jas een tijdje in een hol bivakkeerde bleek het gevolg van de veiling van zijn boerderij in 1938. Hierbij een voorlopig laatste update van het verhaal van Jas Bos Overmars, de boer die zijn boerderij verloor.

Boerderij aan de Ten Haveweg
We beginnen met de boerderij in Linderte waar het allemaal om draaide. Ik wist uit oude krantenadvertenties en het archief van het Kadaster dat de boerderij aan de Bleksteeg (de tegenwoordige Ten Haveweg) in 1938 met 5 hectare grond voor 13.000 gulden geveild was en verkocht aan de familie Kogelman. Jas was op dat moment 45 jaar en woonde er alleen. Dat was niet altijd zo geweest. Toen zijn vader in 1917 overleed had Jas de boerderij met maar liefst 38 hectare grond samen met zijn vijf zussen geërfd. De boerderij stond bekend als “Erve Emmink”, de naam van de grootmoeder en overgrootvader van de kinderen Bos Overmars. Het was één van de oudste erven in Linderte. Jas bleef met zijn oudere zussen Mies en Dine op de boerderij, maar om hun zus Miete en halfzussen Dore en Anne uit te kopen moest een flink deel van de grond worden verkocht. Zo’n 15 jaar later kocht Jas ook Mies en Dine uit en ook daar moest grond voor worden verkocht. Zijn zussen verhuisden naar het dorp en gingen in de Herenstraat wonen, boven de slijterij die zij gingen runnen voor de familie Veldhuis.

Paarden
Jas bleef in zijn eentje achter op de boerderij, die nog maar een paar hectare grond omvatte. “Vijf hectare? Dat is toch veel te weinig” riep mijn moeder, een boerendochter, toen ze dat getal hoorde. Te weinig om er als boer de kost mee te verdienen inderdaad. En dat ook nog in de crisisjaren. Geen wonder dat de boerderij in 1938 geveild moest worden, zou je denken. Inmiddels hebben meerdere mensen me verteld dat Jas zijn geld verdiende met de handel in paarden en een groot paardenliefhebber was. Gait Kruiper uit Mariënheem vertelde dat zijn vader Jas goed had gekend en ook wel voor hem gewerkt had. “Ze gingen soms lopend met een koppel paarden naar Zwolle. Mijn vader ging dan lopend en Jas met de koets er achter aan. De paarden liepen twee aan twee.” Om de paarden onder controle te kunnen houden werd het hoofd van een paard steeds aan de staart van het paard ervoor vastgemaakt.

De schuld
In de vorige update kon ik al melden dat in Linderte het verhaal rondging dat de boerderij geveild was omdat Jas geld had geleend en dat niet kon terugbetalen. Vervolgens zou hij ruzie hebben gekregen met de schuldeiser in kwestie. Dat verhaal kreeg ik van meerdere mensen te horen daarbij kwamen een paar zaken steeds terug. Het zou om een relatief klein bedrag gaan en het ging om een lening bij een bekende, een buurman aan de Ten Haveweg. Mogelijk zou het om een bedrag van 1500 gulden zijn gegaan, wat anno nu een waarde van ongeveer 15.000 euro zou vertegenwoordigen. Enerzijds een flink bedrag, anderzijds slechts een kleine 12 % van de waarde waar de boerderij met grond later voor geveild zou worden.

Ik schreef eerder al dat dit in het dorp tot geruchten leidde dat Jas, die als een vrij koppig en eigenwijs type wordt omschreven, het geld dat overbleef na de veiling nooit zou hebben opgehaald. Ook heb ik begrepen dat de relatief “kleine” schuld leidde tot speculaties over de motieven van zijn schuldeiser. Die zou door een andere buurman, die interesse had in de grond van Jas, zijn aangespoord om met uitstel geen genoegen te nemen en zijn geld op te eisen. Daar hadden sommigen in de buurt zo hun bedenkingen bij, is me verteld. Was dat nou nodig? Ik heb ook begrepen dat deze gang van zaken reden was voor diverse boeren uit de omgeving om bewust geen bod uit te brengen op de veiling. Ze wilden zich niet branden aan deze verkoop. Opmerkelijk genoeg zou de buurtgenoot die op de grond uit zou zijn óók geen bod hebben uitgebracht, omdat zijn vrouw daar een stokje voor stak. Zij was niet gecharmeerd van de hele gang van zaken, aldus het verhaal.

Of het precies zo gegaan is, is natuurlijk helemaal niet zeker. Het is verder ook niet mijn bedoeling om te oordelen over eventuele motieven van partijen die hierbij betrokken waren. Feit blijft dat Jas blijkbaar geld had geleend dat hij niet kon terugbetalen en dat daardoor zijn bezittingen zijn geveild. Als niemand het huis en/of de grond had gekocht waren de financiële problemen van Jas niet verdwenen. Dat er zo lang na dato nog verhalen de ronde doen vind ik wel interessant en geeft aan dat veel mensen zo hun gedachten hadden over de gebeurtenissen.

Het nieuwe huis
Waarom zou Jas eigenlijk geld geleend hebben? Ging het slecht met de paardenhandel? Daar kreeg ik van Jan Hogeboom verrassende informatie over. Jas zou namelijk een nieuw huis hebben laten bouwen door aannemer Van den Berg uit Lemelerveld. Hogeboom kreeg dit ooit van zijn opa Bonenkamp te horen, die ook aan de Ten Haveweg woonde en aan wie Van den Berg hetzelfde voorstel had gedaan. Opa Bonenkamp was er niet op ingegaan, anderen wel. Zo zou in Dalmsholte nog een boerderij van exact hetzelfde type staan.

We komen zo nog terug bij de familie Bonenkamp-Hogeboom, maar eerst even wat anders. Ik heb er geen aanwijzingen voor, maar wat beweegt een man van in de veertig die vijftien jaar met zijn twee zussen een boerderij runt, een nieuw huis neer te laten zetten terwijl in dezelfde periode zijn zussen naar het dorp vertrekken? Zou hij misschien de wens hebben gehad om te trouwen? In die jaren was eind dertig, begin 40 sowieso een vrij gemiddelde leeftijd voor boeren om te trouwen, zeker niet opvallend laat. Mocht hij plannen hebben gehad in die richting, ze zijn in ieder geval nooit gerealiseerd.

In de varkensschuur
Dan het hol, waar het allemaal mee begon. Lang niet iedereen die ik sprak wist daar iets over. In de vorige update schreef ik al dat over Jas het verhaal ging dat hij na het verlies van zijn boerderij een tijdje behoorlijk van de kaart was. Zodanig zelfs dat niemand bij hem in de buurt durfde te komen. Daar kun je je ook wel iets bij voorstellen, als je de boerderij waar je familie al generaties woont en werkt kwijtraakt. Waar moet je naar toe, wat moet je dan gaan doen met je leven?

Inmiddels heb ik meerdere mensen gesproken die konden bevestigen dat ook zij het verhaal over het hol kenden. Sommigen hadden gehoord dat “ze Jas uit het bos hebben gehaald.” De gouden tip kwam van Jan Hogeboom en zijn zus Mieny Tuten-Hogeboom. Jas was zoals eerder vermeld een buurtgenoot van hun opa en oma Bonenkamp en die hadden hem bijgestaan in deze periode. In hun familie wordt het volgende verteld over deze geschiedenis: Toen Jas zijn huis uit moest, was hij met paard en wagen vertrokken, met een aantal spullen. Hij bivakkeerde eerst bij een vennetje in de buurt, maar daar werd hij weggestuurd door de eigenaar van de grond, ik neem aan ook één van zijn buren. Vervolgens had hij in een singel (houtwal) een stukje verderop een hol uitgegraven. Hoe lang hij daar zat is niet duidelijk, maar vermoedelijk niet heel erg lang. Het was uiteindelijk de familie Bonenkamp die het niet langer kon aanzien en besloot Jas een tijdje onderdak te bieden, in de varkensschuur om precies te zijn.

Jan Hogeboom wist me te vertellen dat het hol, dat is gegraven toen hijzelf nog niet was geboren, eind jaren vijftig nog steeds zichtbaar was. Jan was erbij toen, ten behoeve van de ruilverkaveling, de singel in kwestie werd gerooid. Hij weet nog dat de arbeider die dat deed op de resten van het hol stuitte, waarna de vader van Jan uitlegde hoe het ontstaan was. Het zou gaan om een plek ten oosten van de Brunselweg, niet ver van de sloot (Oosterbroekswaterleiding) die deze zandweg halverwege doorkruist.

Gesprek van de dag
Het kan niet anders of de situatie met Jas moet wekenlang het gesprek van de dag zijn geweest in Linderte. Een buurman die zijn boerderij kwijtraakt door ruzie en schulden waar andere buurtgenoten bij betrokken zijn, en die vervolgens in verwarde staat met zijn spullen in de buurt rondzwerft en wordt opgevangen door weer andere buren in de varkensschuur? Geen wonder dat dit verhaal tachtig jaar na dato nog steeds niet is vergeten.

Wat ik me zelf afvraag: waar was de familie van Jas in dit verhaal? Zijn zus Miete - mijn overgrootmoeder - was getrouwd met Jans Groote Wolthaar en woonde vlakbij met haar gezin, aan de Linderteseweg. Het kan haar en de andere zussen toch niet onberoerd hebben gelaten, al was het maar omdat het om de plek ging waar ook zij waren opgegroeid. Had hij haar om hulp gevraagd bij het betalen van de lening en had ze dat geweigerd? Was de relatie nooit goed geweest? Hoewel in de gesprekken die ik had vaak werd gezegd dat er niks raars met Jas aan de hand was en dat hij aardig en attent was, werd ook verteld dat hij uitermate koppig en eigenwijs kon zijn. Misschien gaf hij zijn zussen wel de schuld van zijn situatie. Als zij niet uitgekocht hadden moeten worden was het ooit zo grote Erve Emmink überhaupt niet versplinterd geraakt. Ook dit zijn natuurlijk speculaties. Eén van de mensen die ik sprak wist me wel te vertellen dat zus Miete haar broer de rest van zijn leven wel financieel had bijgestaan.

Hoe het verder ging met Jas
Na het tijdelijke verblijf in de varkensschuur van de familie Bonenkamp vertrok Jas naar het dorp, waar hij de rest van zijn leven op verschillende kostadressen woonde. Hij werkte als arbeider voor verschillende boeren en voor de Heidemij. Sommige van zijn bezittingen lagen nog jarenlang opgeslagen op de zolder van de varkensschuur van de familie Bonenkamp. Jas zou de rest van zijn leven geregeld bij de familie over de vloer blijven komen.

Verrassing
Wat er nu precies allemaal aan de hand was met Jas, daar kom je natuurlijk niet meer achter. Toch heeft het me verrast hoeveel je nog kunt achterhalen over iets dat zich zo lang geleden heeft afgespeeld. Het bleef ook niet bij alleen verhalen. Zo bleek één van de mensen die ik sprak in het bezit te zijn van een prachtige oude kast uit de boerderij van Jas. De kast was ooit door zijn vader aangeschaft van een andere buurtgenoot. Na de verkoop van de boerderij zouden er ook spullen aan de weg zijn gezet, zodat het goed mogelijk is dat er hier en daar in Linderte nog spullen staan uit het huishouden van Jas, ook al is het verhaal erachter allang vergeten.

Inmiddels heb ik zelf ook iets in mijn bezit dat van Jas is geweest. Van Jan Hogeboom kreeg ik namelijk een heel bijzonder cadeau: de pijp van Jas. Een hele bijzondere, met daarop de naam van Jas geschilderd (“Jas van de Deurwater” - Deurwater was de bijnaam van de familie Bos Overmars) én een mannetje met twee paarden. Misschien vind ik dat nog wel het leukste detail in alle verhalen over Jas, dat hij iets met paarden had. Iets dat over hem als persoon gaat en los staat van de toestanden rondom de boerderij. “De piepe van Jas” heeft nu een plekje in mijn boekenkast. Een mooi aandenken aan een bijzondere speurtocht.

Met dank aan allen die verhalen en herinneringen met mij wilden delen en/of me hebben geholpen bij mijn onderzoek: Jan Hogeboom, Mieny Tuten-Hogeboom, Gait Kruiper, de heer Kieftenbeld, Mies Reimert-Habers, Joop Velderman en Joke Wellenberg-Velderman.







maandag 19 augustus 2019

"De piepe van Jas"

Van Jan Hogeboom kreeg ik iets heel bijzonders. Deze pijp, die hij van zijn opa heeft gekregen, is van Jas Bos Overmars geweest. 

Het is een fraai exemplaar die Jas speciaal heeft moeten laten maken of misschien van iemand heeft gekregen. Customised, zoals je dat tegenwoordig zou noemen. Zijn naam staat erop, met een afbeelding van een man met twee paarden. Jas handelde er in en had er veel verstand van. Ik heb dat inmiddels van meer mensen gehoord, samen met nog meer nieuwe informatie. Daar zal ik later uitgebreider over schrijven.

Paarden waren dus helemaal zijn ding. Leuk, vooral omdat het eigenlijk de eerste keer is dat ik iets echt persoonlijks over Jas te weten ben gekomen. Behalve dan de fysieke kenmerken die zijn vastgelegd toen hij werd gekeurd voor de Nationale Militie, maar dat ging over zijn uiterlijk.

De "piepe van Jas" geeft ook uitsluitsel over de curieuze bijnaam van zijn zussen Mies en Diene, die in het dorp naar het schijnt wel bekend stonden als de deurwaardersvrouwen. "Jas van de Deurwater" staat er op. "Deurwaarders" moet bijna wel een verbastering van Deurwater zijn, maar waar zou die laatste naam dan naar verwijzen? Het lijkt geen veld- of boerderijnaam te zijn en ook het Nieuw Sallands Woordenboek biedt geen aanknopingspunten voor een eventuele betekenis. Hoewel Deurwater een bestaande - maar uiterst zeldzame - familienaam is, woonden er in Raalte en omgeving geen mensen die zo heetten. Wie het weet mag het zeggen.

zondag 31 maart 2019

Dakloos: de zwerftocht van oom Jas

Trouwe lezers van mijn blog weten dat “oom Jas” een terugkerend onderwerp is. Jas, de roepnaam van Johannes Wilhelmus Bos Overmars (1893-1966), was de broer van mijn overgrootmoeder. Toen ik jaren geleden hoorde vertellen dat hij ooit "in een hol" zou hebben gewoond was mijn interesse gewekt. Wanneer dat was, waar precies en, niet onbelangrijk, waarom in godsnaam, wist niemand.

Mijn mede-speurders, op zoek naar aanwijzingen op een oude luchtfoto. 

Onderzoek wees uit dat in 1938 zijn ouderlijk huis werd verkocht, de boerderij waar ook mijn overgrootmoeder is opgegroeid. Daarna woonde hij op diverse adressen in Raalte en was hij volgens het bevolkingsregister geen "landbouwer" meer, maar "landarbeider". Ook zonder de details te kennen kun je je voorstellen dat het een persoonlijk drama moet zijn geweest.

De afgelopen paar maanden heb ik meerdere mensen gesproken die hem gekend hebben en hun herinneringen wilden delen. Ik schreef al over de schuld die hij zou hebben gehad en die tot de veiling van de boerderij leidde. Inmiddels is dat verhaal door meerdere mensen bevestigd. Daarbij wisselen de details, maar komen de grote lijnen overeen. Zo noemden twee mensen, onafhankelijk van elkaar, de naam van de vermeende schuldeiser van Jas, iemand die in de buurt woonde. Dat ging vroeger zo, werd me verteld, dat regelde je onderling, niet via de bank. Het is me ook duidelijk geworden dat veel buren en buurtgenoten destijds zo hun gedachten hadden over de gang van zaken. Of het nu echt nodig was om de zaak zo op de spits te drijven bijvoorbeeld. Ook is me verteld dat sommige boeren uit de buurt in principe best interesse hadden in de grond van Jas - buurmans grond is immers maar één keer te koop- maar zich niet wilden branden aan déze verkoop.

Dan het hol, waar het allemaal mee begon. Lang niet iedereen die ik sprak wist daar iets over, maar de gouden tip kwam van de familie Hogeboom. Hun opa en oma Bonenkamp waren buurtgenoten van Jas aan de Ten Haveweg en zouden Jas hebben opgevangen. Het verhaal ging als volgt. Toen hij zijn huis uit moest vertrok Jas met paard en wagen en was hij gaan 'kamperen' bij een vennetje in de buurt. Daar werd hij weggestuurd door de eigenaar van de grond, waarna hij een stuk verderop in het land, om precies te zijn in een singel (houtwal) een hol had uitgegraven. Uiteindelijk kon de familie Bonenkamp het niet langer aanzien en hebben zij hem een tijdje onderdak geboden, in de varkensschuur om precies te zijn. Op de zolder van die schuur zouden nog jarenlang spullen van Jas opgeslagen hebben gelegen, ook toen Jas al lang onder de pannen was op een kostadres in Raalte.

Jan Hogeboom wist me te vertellen dat het hol, dat is gegraven toen hijzelf nog niet was geboren, eind jaren vijftig nog steeds zichtbaar was. Jan was erbij toen, ten behoeve van de ruilverkaveling, de singel in kwestie werd gerooid. Hij weet nog dat de arbeider die dat deed op de resten van het hol stuitte, waarna de vader van Jan uitlegde hoe het ontstaan was. Het zou gaan om een plek ten oosten van de Brunselweg, niet ver van de sloot (Oosterbroekswaterleiding) die deze zandweg halverwege doorkruist. Dat sloot goed aan op de informatie die een andere buurtgenoot deelde, namelijk dat "ze" Jas "uit het bos" hadden gehaald, uit wat hij ’t Osterbroek’n noemde, bij de Hottenvoortsweg, die parallel loopt aan de Brunselweg.

Om het einde van de zoektocht naar het hol van Jas te markeren leek het mij een mooi idee om een wandeling te maken rond het gebied waar Jas tijdelijk moet zijn neergestreken. Ik had mijn moeder en mijn oom uitgenodigd om mee te lopen, want zij waren het die het detail over "het hol" ooit lieten vallen in een verhaal over hun oma. Afgelopen vrijdagmiddag was het zover. De zon scheen, de vogels floten en het was prachtig in het buitengebied tussen Mariënheem en Luttenberg. Jas zal het gebied op zijn duimpje hebben gekend. Zijn tijdelijke onderkomen, waar het dan ook precies is geweest, was op loopafstand van de boerderij die hij kwijt was en vlakbij de akkers en weilanden die tot voor kort van hem waren. Naar verluidt kwam Jas de rest van zijn leven nog geregeld over de vloer bij de familie Bonenkamp, die hem had opgevangen in deze moeilijke periode.

Oosterbroekswaterleiding, gezien vanaf de Brunselweg. Hier zou het in de buurt moeten zijn geweest.

Holtenveenseweg. Je kunt je er iets bij voorstellen dat Jas beschutting zocht in een wellicht vergelijkbaar stukje singel.



vrijdag 15 februari 2019

Op zoek naar Mies en Diene Bos Overmars

In november 2018 schreef ik voor Kruudmoes, het tijdschrift van de historische vereniging Raalte, een artikel over mijn onderzoek naar de slijterij van Mies en Diene Bos Overmars, de zussen van mijn overgrootmoeder Miete Groote Wolthaar-Bos Overmars. Uit familieverhalen wist ik dat Mies en Diene een slijterij in de Herenstraat runden, De Poot. Maar of het hun eigen zaak was en waar en wanneer was onduidelijk. Ook was er 'iets' met hun jongere broer Jas, die in 1938 hun ouderlijk huis, erve Emmink in Linderte, verkocht. Dankzij de lezers van Kruudmoes is het plaatje een stuk duidelijker geworden, vandaar deze update.

Slijterij De Poot
Om te beginnen de slijterij. Die was gevestigd op Herenstraat 3, waar nu bloemist De Plantage zit. Dat ik in het archief van het Handelsregister geen spoor had kunnen vinden van Mies en Diene bleek te kloppen. Albert Veldhuis vertelde dat zijn vader Hein Veldhuis de slijterij in 1916 had opgericht en dat deze aanvankelijk door twee zussen van zijn vader werd uitgebaat. De slijterij - die toen nog niet De Poot heette - was één van meerdere zaken van Hein Veldhuis. Hij bezat onder meer een boekhandel, een drukkerij, was distributeur van Heineken en reisde ook geregeld naar Amsterdam om daar spullen - onder meer op het Waterlooplein - te kopen en die in Salland te verkopen.

Mies en Diene kwamen waarschijnlijk in de jaren ’30 in de zaak, zo wist Albert Veldhuis te vertellen. Omdat ik uit informatie van het Kadaster weet dat Mies en Diene in 1933 hun deel van de boerderij verkochten of overdroegen aan hun broer Jas, lijkt dat jaartal een logische optie. Ze waren op dat moment 46 en 44 jaar en gingen boven de winkel wonen. In principe runden ze de slijterij behoorlijk zelfstandig. Eens per week kwamen ze het geld brengen en dat ging in goed vertrouwen, aldus Albert Veldhuis. Hij kwam er als jongen over de vloer en herinnert zich dat ze altijd in het zwart gekleed waren. 

Slijterij De Poot anno 1945. Van links naar rechts: Frans Lourens, Mies Bos Overmars, Diene Bos Overmars en Theo Bogaart. De trap naar boven, waar de zussen woonden, is deels te zien. De kannetjes in het midden werden jaarlijks geijkt en werden gebruikt om drank af te meten. (Collectie Riek Hoekerswever)


Een leuk detail is dat er in De Poot ook drank geschonken werd. Er was een ruimte van circa 3 bij 4 meter waar een tafel en een paar stoelen stonden. Een piepklein kroegje, met aan de muur een religieuze prent, met als onderwerp “de Goede Herder”, een afbeelding van Jezus die als een herder voor zijn schaapjes zorgt. Daar namen de stamgasten hun dag door en werd gediscussieerd over de lokale politiek. De drank kwam uit flessen, maar er waren ook klanten die de voorkeur gaven aan alcohol die uit eikenhouten vaten kwam die in de kelder werden opgeslagen.

Veldhuis heeft ook wel een vermoeden hoe de gezusters Bos Overmars uiteindelijk in de Poepershoek terecht kwamen, het huisje in de Blekstraat waar ze hun laatste jaren sleten. Het huis was eigendom van aannemer Anton Haarman, wiens werkplaats aan de achterzijde van het huis grensde. Haarman was één van de stamgasten van De Poot en het kan haast niet anders dan dat Mies en Diene via hem aan dit huis kwamen. Het huis was niet in goede staat - sterker nog, het was onbewoonbaar verklaard - maar waarschijnlijk hebben zij met hem kunnen regelen dat het werd opgeknapt. Ze gingen er wonen toen ze met pensioen gingen, waarschijnlijk halverwege de jaren vijftig.

Deurwaardersvrouwen
Van Mies Reimert-Habers kreeg ik de tip dat Mies en Diene de deurwaardersvrollu werden genoemd en die naam bleek ook bij anderen een belletje te doen rinkelen. De herkomst van deze bijnaam is onbekend, maar heel positief klinkt het eigenlijk niet… Ook de naam De Poot, waarvan ik aanvankelijk dacht dat het alleen de naam van de winkel was, lijkt verbonden te zijn met de familie Bos Overmars, maar hoe precies is niet duidelijk. Waar iedereen die ik sprak het over eens was, was dat beide zussen in de slijterij werkten, maar Mies, de oudste, de gangmaker was. Diene was rustiger en hield zich wat meer op de achtergrond.

Hongerwinter: gasten uit Amsterdam
Bij het vorige artikel stond een foto van Mies en Diene met twee onbekende jongens. Riek Hoekerswever kon me vertellen wie het waren en daar hoorde een bijzonder verhaal bij. Het ging om Frans Lourens en Theo Bogaart, twee jonge letterzetters uit Amsterdam. Zij waren in de Hongerwinter in Raalte terecht gekomen. Ze waren niet alleen uit het westen vertrokken op zoek naar voedsel, maar ook omdat ze in de hoofdstad betrokken waren bij illegale kranten.

Ze waren een jaar of achttien maar leken door ondervoeding veel jonger en gaven zich om veiligheidsredenen uit voor vijftienjarigen. Net als andere hongertrekkers werden ze eerst opgevangen in het St. Bernardusgebouw. Daarna kreeg Frans Lourens, die katholiek was, onderdak bij Mies en Diene. De protestantse Theo Bogaart werd ondergebracht op de boerderij van de eveneens protestantse familie Hoekerswever aan de Almelosestraat. 

De familie Hoekerswever met Frans Lourens en Theo Bogaart. In het midden dochter Riek. De foto is gemaakt ter gelegenheid van het vertrek van Frans en Theo naar Amsterdam, een tijdje na de bevrijding. De foto is gemaakt achter de boerderij. (Collectie Riek Hoekerswever)
Het is gissen waarom de jongens uitgerekend hier terecht kwamen. Feit is wel dat de ouders van Riek Hoekerswever Mies en Diene kenden en ook in de slijterij kwamen. Er zijn geen aanwijzingen dat er een link was met de drukkerij van de familie Veldhuis. Frans en Theo waren in Raalte ook niet betrokken bij illegale kranten, aldus Riek Hoekerswever, die altijd bevriend is gebleven met Frans Lourens en zijn latere echtgenote.

Haar vader had voor Theo een slaapkamer getimmerd in de pinkenstal, maar uiteindelijk werden daar een oom en tante gehuisvest die hun huis onderaan de Nijverdalse Berg moesten verlaten vanwege V1’s en V2s die daar in de buurt gelanceerd werden. Theo ging in de keuken slapen. Frans kwam ook bijna elke dag naar de boerderij. Hij vond het leuk om mee te helpen en leerde zelfs melken. De jongens hielden door brieven contact met hun familie in het westen. Zo kreeg Frans van zijn bezorgde zus de vraag of hij wel elke dag naar de kerk ging, wat hij overigens netjes deed. De jongens draaiden gewoon mee in het dagelijks leven, zonder dat er door bv. de Duitsers lastige vragen werden gesteld.

Frans Lourens en Theo Bogaart bleven in Raalte tot na de bevrijding. Het contact met Theo verwaterde niet lang na de oorlog, maar de band met Frans bleef, tot aan zijn overlijden in 2009. Een mooi verhaal over een bijzondere vriendschap tussen een Raalter boerendochter en een Amsterdamse letterzetter die letterlijk aan was komen lopen.

De schuld van broer Jas
Ik kreeg ook een interessante tip over Jas, de broer van Mies en Diene. Hij bleef in zijn eentje achter op de boerderij aan de Ten Haveweg toen zijn zussen naar de Herenstraat vertrokken. Een paar jaar later werden het huis en de grond alsnog verkocht. Omdat over Jas in de familie wordt verteld dat hij ooit “in een hol” zou hebben gewoond ben ik altijd nieuwsgierig geweest naar wat er aan de hand was met Jas. De heer Kieftenbeld uit Heeten wist me te vertellen dat over Jas het verhaal de ronde deed dat hij van iemand geld had geleend dat hij niet kon terugbetalen. Geen groot bedrag, maar hij kreeg ruzie met zijn schuldeiser en uiteindelijk leidde dit er toe dat de boerderij werd geveild en in het bezit kwam van een familie Kogelman.

In die periode zou Jas totaal van de kaart zijn geweest en zo kwaad dat niemand bij hem in de buurt durfde te komen. Het gerucht ging zelfs dat Jas zo woedend was over de gang van zaken dat hij het geld dat overbleef na de veiling nooit heeft willen ophalen. Over een eventueel hol was ook de heer Kieftenbeld niets bekend. Hij zag Jas wel eens toen deze in de kost was bij Harry Doevelaar in Raalte. Jas werkte toen bij de Heidemij en vertoonde voor zover bekend geen afwijkend gedrag.

Soms zou je willen dat je even terug in de tijd kon om aan te schuiven in het huiskamercafé van De Poot. Mies en Diene hadden dan ongetwijfeld hun versie van het verhaal uit de doeken gedaan. En de stamgasten hadden misschien kunnen vertellen hoe de zusters aan hun bijnaam kwamen…

Met veel dank aan Riek Hoekerswever, Albert Veldhuis, dhr. Kieftenbeld en Mies Reimert-Habers voor alle informatie en de verhalen die ze hebben gedeeld. Dit artikel is ook gepubliceerd in de nieuwe editie van Kruudmoes. Inmiddels is er al weer nieuwe informatie binnengekomen :-)



zondag 25 november 2018

De schuld van Jas (1938)

Ik hou erg van oud papier: archiefmateriaal, boeken en historische kranten. Maar er zijn natuurlijk meer manieren om iets over het verleden te weten te komen, zoals verhalen van betrokkenen. Onlangs schreef ik voor Kruudmoes, het blad van de historische vereniging Raalte, dit artikel over Mies en Diene Bos Overmars, de zussen die samen slijterij De Poot runden. Daarbij kwam ook de boerderij ter sprake waar ze opgroeiden en die in 1938 door hun broer Jas werd verkocht. Het artikel leverde meerdere reacties op, waaronder een interessante tip over Jas. 

Ik heb op dit blog al vaker geschreven over de wat mysterieuze Jas, die ooit "in een hol" zou hebben gewoond. Meer informatie heb ik eigenlijk nooit kunnen vinden over hem. Tot nu, want gisteren sprak ik iemand die Jas heeft gekend (!) en meer wist over het verlies van de boerderij. Deze man, een tachtigplusser die opgroeide in Boetele, vertelde dat in zijn jeugd het verhaal de ronde deed dat Jas geld had geleend van iemand en dat niet kon terugbetalen. Ze kregen ruzie en uiteindelijk leidde dit tot de verkoop van de boerderij. Ik neem aan dat zijn schuldeiser beslag heeft laten leggen op het huis en het land en vervolgens alles geveild is.

Naar het schijnt was de lening geen groot bedrag en de verontwaardiging in de buurt was groot. Na de verkoop was Jas "totaal van de kaart" en niet benaderbaar. "Niemand durfde bij hem in de buurt te komen." Jas zou zelfs zó kwaad zijn geweest, dat hij het geld dat overbleef na de verkoop nooit zou hebben opgehaald. Zo ging in ieder geval het verhaal. Het principieel weigeren van het geld is een veelzeggend detail. Ook als het niet waar is, zegt het iets over het karakter van Jas dat mensen in zijn omgeving dit geloofden.

Over een eventuele dakloze periode of andere problemen had diegene die me dit vertelde overigens nooit iets gehoord. Toen hij Jas kende was deze gewoon ergens in de kost in Raalte ("bij Harry Doevelaar"). Hij zou voor de Heidemij hebben gewerkt en ging op zondag naar de kerk. Mooi om na al die tijd meer over Jas Bos Overmars te weten te komen.

Het krantenbericht uit 1938 over de veiling van de boerderij (Collectie Stadsarchief Deventer)
Met dank aan de heer Kieftenbeld



vrijdag 29 april 2016

Chaos op de Linderteseweg (1939)

Woensdagochtend 18 januari 1939, acht uur ’s ochtends. Er ligt een kapotte boerenwagen op de Linderteseweg. Het paard dat ervoor liep schrok van een toeterende vrachtwagen die wilde inhalen en kwam ten val. De vrachtwagen - met een lading varkens - moet uitwijken en komt in de sloot terecht. Het krantenbericht spreekt van een “zeer ingewikkeld ongeval”, want er was nóg een bestuurder met paard en wagen bij betrokken. Hij sprong van zijn wagen tegen de vrachtauto aan. Het was Jas Bos Overmars en met alleen een fikse schaafwond aan zijn been is hij er goed vanaf gekomen. Zijn paard ging er in paniek vandoor, maar kon een stuk verderop, bij de Maatmansbrug, worden tegengehouden door een melkrijder. De andere boer is ernstig gewond geraakt aan zijn schouder. Ze waren alledrie op weg naar de markt in Raalte, maar dat liep even anders die ochtend.

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant, 19 januari 1939

maandag 23 november 2015

Op zoek naar "Ome Jas"


Vanwaar mijn interesse in het keuringsregister van de Nationale Militie en specifiek de lichting 1913? Ik was benieuwd of Johannes Wilhelmus Bos Overmars (1893-1966) er in zou staan. “Ome Jas” was de broer van mijn overgrootmoeder Johanna Wilhelmina Groote Wolthaar-Bos Overmars en zo’n beetje het zwarte schaap van de familie. 

Wat er precies niet deugde aan “Ome Jas” is niet helemaal duidelijk. Aan de drank? Nare vent? Goed mogelijk. Een intrigerend detail is dat hij op latere leeftijd, naar verluidt, “in een hol” woonde. Dat spreekt nogal tot de verbeelding, hoewel degenen die dit vertellen het van horen zeggen hebben. Waar dit dan was en hoe dat precies zat, niemand die het weet… Wel weet ik dat zijn boerderij in Linderte eind jaren dertig werd geveild en dat hij toen in het dorp ging wonen. Wie weet zou het keuringsregister iets over hem kunnen vertellen.

En jawel, hij was gekeurd en wel op vrijdag 28 juni 1912. Hij werd geschikt bevonden voor de Militie, zonder verdere opmerkingen. Geen sappige details dus. Wel weet ik nu dat Jas bijna 1.65 meter lang was, een borstomvang had van 84 centimeter en niet kleurenblind was. Dat hij niet zoals bijna de helft van zijn mannelijke dorpsgenoten werd afgekeurd, betekent dat hij op 19-jarige leeftijd in ieder geval kerngezond was, zonder in het oog springende fysieke of mentale gebreken. Dat betekent dat de zoektocht naar “Ome Jas” nog niet ten einde is…